Geschiedenis van de Regionale Vereniging Natuur en Landschap, Natuurpunt Oost-Brabant
In 2021 bestond de Regionale Vereniging Natuur en Landschap 50 jaar. Het past om terug te blikken op de acties en verwezenlijkingen van de Vereniging. Het verleden dient immers als springplank voor de toekomst.
1965-75. De aanloop en oprichting
Een aantal lokale natuurbeschermingsgroepen, gesteund door Edgar Kesteloot, opereren onder de naam ‘Ornithologische Commissie’ in de late jaren 60 resp. in de gemeenten Honsem, Boutersem, Messelbroek, Rillaar en Bost. Naar aanleiding van het eerste Europese Jaar voor Natuurbehoud (1970) wordt een gezamenlijk tijdschriftje uitgegeven: ‘Nu of Nooit’. Eerste bovenlokale acties tegen de verkaveling van domein Hottat (Lovenjoel/Pellenberg) en de open ruimte tussen Pellenberg, Korbeek-Lo en Lovenjoel en tegen asfaltering van tientallen km boswegen in Meerdaalwoud. Beide met succes.
Op 19 november 1971 grijpt de officiële oprichting van de Vereniging plaats onder de naam ‘Overkoepelende Raad voor Organisatie van Milieubeheer’ (OROMB). Voegden zich bij de oorspronkelijke groep: het actiecomité Kesselberg (tegen de motorcross op de Kesselberg) en natuurbeschermers uit Hoegaarden. In 1975 wordt de naam veranderd in Regionale Vereniging Natuur en Landschap vzw.
De wapenfeiten uit de beginperiode
‐ Succesvolle campagne tegen de motorcrosswedstrijden (de fameuze Paastrofee) op de Kesselberg (Kessel-Lo, Leuven). Resultaat: klassering Kesselberg eind 1972.
‐ Jarenlange actie tegen een grootschalige recreatiewaterplas in de ganse Demervallei van Aarschot tot Diest en een hierbij horende villaverkaveling in de bossen van Averbode en van de Merode. Dankzij een proces van actievoeren, inventariseren en dialoog slaagt de jonge vrijwilligersvereniging erin de plannen te laten afvoeren. Nu is dit gebied aangeduid als Vogelrichtlijn- en Habitatgebied en zijn de Demerbroeken en de Merodebossen grootse natuurreservaten deel uitmakend van het Natura 2000 netwerk.
‐ Succesvolle actie voor de klassering van de Wijngaardberg en de Beninksberg, twee ijzerzandsteenheuvels in Wezemaal. Beide zijn nu natuurreservaat. De actie voor de redding van de Middelberg en het aangrenzende bos- en heidecomplex in Nieuwenhuyzen (Rotselaar), intussen op de gewestplannen aangeduid als natuurgebied, mislukte omwille van een oude verkavelingsvergunning die aanleiding kon geven tot dure planschadevorderingen.
De wapenfeiten uit de beginperiode
- Actie voor de redding van het Walenbos (Tielt-Winge) van ontginning voor nieuwe boerderijvestigingen naar het voorbeeld van de Zegge in Geel. De toenmalige Kleine Landeigendom (voorganger van de Vlaamse Landmaatschappij en gangmaker van de ruilverkavelingen) had hiertoe al een grote hoeveelheid gronden verworven Resultaat: klassering als landschap. Nu is het Walenbos één van de grootste Vlaamse natuurreservaten.
‐ Succesvolle acties in de omgeving van Aarschot: tegen de doorsnijding van ’s Hertogenheide door
de ring rond Aarschot, tegen de ontzanding van Schoonhoven bij de aanleg van de A2, tegen het
storten in Vorsdonkbroek. Beide laatste zijn nu robuuste natuurreservaten. Vorsdonkbroek is één
van de eerste gebieden waarin percelen binnen het werkingsgebied als particulier
natuurreservaat worden aangekocht (1986) dankzij de oprichting van het Natuurfonds Hageland
(zie hieronder) binnen de Regionale Vereniging Natuur en Landschap (nu NPOB).

Vorsdonkbroek in Gelrode: van stort naar topnatuurreservaat door de succesvolle acties van de Regionale Vereniging Natuur en Landschap. Foto’s Luc Vervoort.
1976-1986. Start van het reservatennetwerk. Eerste professionalisering. De inzet voor
levende waterlopen
De Regionale start zelf met de uitbouw van een reservatennetwerk om natuur te redden. De vrijwilligers van ter plaatse gaan zich bekommeren om een gebied, proberen het te verwerven of in huur te krijgen en staan zelf in voor de financiering (er zijn nog geen subsidies) en beheer. In 1976 wordt een eerste natuurgebied, De Snoekengracht in Boutersem, in beheer genomen. Dit wordt later overgedragen aan Natuurreservaten. Vele reservaten volgen: de Langdonken (Herselt), het Vorsdonkbroek (Gelrode), de Baggelt (Messelbroek), het Aardgat (Tienen), het Paepenbroek (Webbekom)…
In 1983 sluit de Regionale Vereniging Natuur en Landschap een samenwerkingsakkoord met Natuurreservaten vzw (nu Natuurpunt), dat in die periode het levenslicht ziet als Vlaamse vleugel van de BNVR. Het akkoord behelst ook de oprichting van het Natuurfonds Hageland. Vanaf dan worden onafgebroken financiële middelen gezocht en ingezameld om zelf gebieden aan te kopen, Uit solidariteit worden ook projecten elders zoals De Maten in Genk en de Vallei van de Zwarte Beek in Koersel ondersteund. Zo wordt de basis gelegd voor bijna 4500 ha beheerd natuurgebied binnen het werkingsgebied van de Regionale, verspreid over de verschillende gemeenten.
In het begin van de jaren 1980 krijgt de Regionale een eerste professioneel team dankzij een Bijzonder Tijdelijk Tewerkstellingsproject (BTK-project). Ze vestigt haar uitvalsbasis in Tienen.
Dit is de periode van de strijd voor levende, meanderende waterlopen:
‐ De jarenlange Velpe-actie: voorkomt de aanbestede en gegunde rechttrekking en normalisering van de Velpe met drooglegging van de volledige vallei tot een drainageklasse van 70 cm onder het maaiveld (nodig om grasland om te zetten tot akkers), en dit van Opvelp (gewestgrens met Wallonië) tot Halen (provincie Limburg) over een afstand van meer dan 35 km. Nu ligt daar een uitgestrekt reservatencomplex van zowel ANB als Natuurpunt met o.m. de Snoekengracht en het Velpevallei/Paddepoel-blok. Indien deze rechttrekking toen was doorgegaan, dan was er nu ongetwijfeld een programma voor renaturering van de waterloop opgezet.
‐ De actie tegen grootschalige ingedijkte betonnen wachtbekkens in de Getevallei, waar nu de reservaten Doysbroek en Getebossen gelegen zijn en het perspectief voor inschakeling van de vallei als natuurlijke komberging.
‐ In 1981 organiseert de Vereniging in het kasteel van Horst/Sint Pieters Rode de Nationale Natuurbeschermingsdag met als thema ‘Water voor natuur’ en de strijd tegen de rechttrekking van Winge en Motte, waarop zowel de Minister-President als de minister van Leefmilieu van de prille Vlaamse Regering aanwezig zijn. De verdere plannen voor rechttrekking van Winge en Motte zijn niet doorgegaan.
Op dat moment is de Regionale al de pionier van het idee ‘integraal waterbeheer’. De Regionale stelt
een bekenwerkgroep in, die later overgenomen wordt door Natuurreservaten vzw en die in heel
Vlaanderen actief wordt (bv. actie rond de Rivierbeek ten zuiden van Brugge), wat uiteindelijk
resulteert in het stopzetten van de overal geplande beekrechttrekkingen in Vlaanderen.

Uit het archief. Fietstocht met 250 deelnemers voor ‘levende beken in het Hageland’ georganiseerd door Natuur en Landschap in 1980.
1986-1999. Uitbreiding van de werking en het werkingsgebied
De Regionale ziet het als een bijzondere missie om de werking gebiedsdekkend te maken en in elke gemeente te komen tot een actieve kern of afdeling. Dit is een tijd van nooit geziene groei, verdieping, en verbreding tot een middenveldorganisatie met een actieve aanwezigheid in elke gemeente, waar de contacten met het beleid verstevigd worden en de organisatie versterkt. De Regionale wordt vanaf nu een speler in elke gemeentelijke adviesraad, bij de projecten rond gemeentelijke natuurontwikkelingsplannen (GNOP), in de ruimtelijke ordeningsprocessen. Ook het Natuurfonds Hageland komt tot volle ontplooiing, wat resulteert in een uitbreiding van beheerde natuurgebieden en een aanzienlijke ledengroei.
De werking breidt zich uit van het Hageland en het Vlaams-Brabantse Haspengouw naar MiddenBrabant. Er komt een afdeling Leuven en de Regionale Natuur en Landschap fusioneert in 1995 met Milieuoverleg Midden-Brabant. Ze sluit een associatieverdrag met Natuurreservaten Vlaanderen en de autonome fusievereniging kiest als naam Natuurreservaten Oost-Brabant, Regionale Vereniging Natuur en Landschap. Het werkingsgebied van de Regionale strekt zich voortaan uit van Zaventem tot Landen en van Hoeilaart en Tremelo tot Averbode en Geetbets.
Dit is ook de periode van de totstandkoming van de nieuwe provincie Vlaams-Brabant (1995). Sindsdien zijn de Regionale en haar secretariaat zich ook gaan toeleggen op provinciale materies: de vertegenwoordiging in provinciale adviesraden, overleg, projecten, bekkencomités enz. Er ontstaat een intensieve samenwerking met de nieuwe provincie Vlaams-Brabant. Door haar omvang van nagenoeg de halve provincie kan zij wegen op het beleid. Het team van professionelen en bestuursleden van de Regionale weten de gedeputeerden ervan te overtuigen een verfrissend natuurbeleid te voeren, toch wel enig in Vlaanderen, met subsidiëring van de reservaataankopen, het project Educatief Natuurbeheer, de bijzondere provinciale natuurbeschermingsprojecten voor ondersteuning van natuurverenigingen en voor de inrichting van reservaten, en de provinciale natuurontwikkelingsprojecten zoals de Getebossen en Het Vinne.
In de jaren tachtig worden de criteria voor de afbakening van de Europese Vogelrichtlijngebieden vastgelegd. Het is aan de alertheid van de Regionale te danken dat ook de Demervallei van Schulen tot Aarschot en een deel van de Langdonken als 23e Europees Vogelrichtlijngebied wordt aangeduid.
Hier begint ook het verhaal van de jarenlange acties rond de ruilverkavelingen. De ruilverkavelingen, Walshoutem, Goetsenhoven en Melkwezer waren ondanks hevig protest van de Vereniging als een pletwals over het landschap gerold. Bij de ruilverkaveling Melkwezer was er een pril en zeer voorzichtig begin om met natuur rekening te houden. Maar de echte doorbraak kwam in de ruilverkaveling Hoegaarden. Door een brede actie slagen de plaatselijke vrijwilligers van de Regionale erin minister De Batselier te overtuigen om het ruilverkavelingsplan sterk bij te sturen zodat de belangrijkste natuur- en landschapswaarden worden gevrijwaard, dat er actief aan natuurontwikkeling wordt gedaan en een deel van de klassieke betonwegen worden vervangen door landschappelijk meer inpasbare en minder betonbehoevende tweestrokenwegen. Dat was nooit eerder gebeurd in de ruilverkavelingsgeschiedenis. Voor het eerst worden ca. 60 ha binnen de ruilverkaveling Hoegaarden bestemd voor natuurontwikkeling en toegewezen als natuurreservaat. Ze liggen mee aan de basis van de intussen 200 ha reservaatgebied in de Hoegaardse valleien. Later zal de Vereniging op dezelfde manier de ruilverkaveling Vissenaken (uitbouw Rozendaal-VelpePaddepoelcomplex met bijkomende vernatting in de vallei) en de ruilverkaveling Willebringen aanpakken en dagelijks opvolgen. Zonder de Regionale zouden deze 3 ruilverkavelingen en ook de ruilverkaveling Melkwezer er anders uitgezien hebben.

Beelden uit de oude doos van de Regionale Vereniging Natuur en Landschap, Natuurpunt OostBrabant
1999-2005. Natuurpunt Oost-Brabant: consolidatie en zoeken naar nieuwe identiteit.
Helaas valt de Regionale ondanks haar omvang qua werking en werkingsgebied bij de herziening van het Minasubsidiëring in 2003 terug van 2 VTE op 1 VTE omdat de categorie regionales van meer dan 20 gemeenten komt te vervallen. Dat legt een grote bijkomende druk op het engagement van het bestuur en de vrijwilligers. Het is net omwille van de omvang zowel in oppervlakte als in ledenaantal dat grote regionales zwaarder kunnen wegen op het maatschappelijk debat, meer impact hebben en meer draagvlak kunnen creëren, iets wat door de overheid toch zou mogen gehonoreerd worden. Ook de ondersteuning van de afdelingen en de vrijwilligers komt door deze reductie in het gedrang. In deze periode neemt Natuurreservaten Vlaanderen het model van de Regionale met een werking in elke gemeente en zijn streven naar gebiedsdekking over. In 2001 komt de unie tussen Natuurreservaten en De Wielewaal tot stand en neemt de Vereniging de naam Natuurpunt aan. Reden om Natuurreservaten Oost-Brabant om te dopen tot Natuurpunt Oost-Brabant, Regionale Vereniging Natuur en Landschap. Met de schaalvergroting binnen Natuurpunt Oost-Brabant enerzijds, de versterkte professionalisering binnen Natuurpunt Vlaanderen anderzijds, en het daar introduceren van wat in de 80-iger en 90-iger jaren zo typisch en uniek was voor de aanpak van de Regionale in Oost-Brabant, wordt in de periode 2000-2005 gezocht naar een nieuwe invulling van de regionale missie in complementariteit met de Vlaamse werking.
Ca. 2000-2017. Regionale hefboom: natuur en landschap als kans voor een streek.
Natuurpunt Oost-Brabant zoomt in op de streek en de voordelen en de kansen die de aanwezige natuurwaarden opleveren, op de ondersteuning van de afdelingen over de gemeentegrenzen heen en op het organiseren van regionale hefboomactiviteiten.
1) Informeren, sensibiliseren, mobiliseren
Belangrijk blijft de werking en de inbreng rond natuurgebieden. Zo komt de Regionale in 2004
op voor de verderzetting van het natuurinrichtingsproject Averbode Bos & Heide (domein de
Merode). Tijdens de uitwerking stuit het project op plotse weerstand waardoor het proces
dreigt stilgelegd te worden. NPOB springt in, verdedigt het project en wijst op de enorme
kansen van dit grootschalig natuurontwikkelingsproject. Dit wordt belicht in een apart dossier
dat samen met het tijdschrift verspreid wordt. Onze actie heeft succes : ondertussen is het
complex Averbode Bos & Heide uitgegroeid tot een hotspot voor de biodiversiteit en een zeer
aantrekkelijk belevingsgebied met meer dan een regionale uitstraling. Hetzelfde doet ze later
bij de Wijngaardberg (2014) wanneer de planologische bestemming van dit natuurgebied,
tevens Europees Habitatgebied en beschermd landschap, onder druk komt te staan. Met
succes.
De Vereniging maakt in een reeks bijdragen in het tijdschrift de balans op van de verschillende aspecten van biodiversiteit in Oost-Brabant. De vaststelling is dat de beheerde gebieden en concrete natuurinrichtingsprojecten op vele plaatsen een onvervangbare en substantiële bijdrage leveren aan de instandhouding van de biodiversiteit. De les die hieruit te trekken valt: om duurzame natuur te realiseren zal het reservatenbeleid verdergezet moeten worden. Om de aankoop van natuurgebieden te ondersteunen, geeft de Vereniging de jaarlijkse fondsenwervingsactie vanaf 2009 een extra boost met de campagne ‘GeefomNatuur’.

Twee voorbeelden van dossiers gepubliceerd door NPOB die de gang van zaken ten gunste van natuur beïnvloed hebben: het dossier Wijngaardberg

Twee voorbeelden van dossiers gepubliceerd door NPOB die de gang van zaken ten gunste van natuur beïnvloed hebben: het dossier Domein de Merode
Daarnaast lanceert ze vanaf 2007 met provinciale steun de campagne ‘Werk mee aan biodiversiteit, countdown 2010’. De afdelingen en kernen van Natuurpunt Oost-Brabant spreken hun gemeentebesturen aan om het charter voor de biodiversiteit te tekenen. Dit document is een engagementsverklaring tussen het gemeentebestuur en de afdeling met afspraken rond concrete acties die de lokale biodiversiteit versterken. In de loop van een paar jaar tekenen nagenoeg alle gemeenten in het werkingsgebied een dergelijk charter. Het initiatief wordt daarna overgenomen door Natuurpunt Vlaanderen. Hiermee bevestigt NPOB nogmaals haar rol van incubator en pionier.
Om het draagvlak te vergroten en natuur nog beter onder aandacht van het publiek te brengen ontwikkelt Natuurpunt Oost-Brabant een groots en succesvol publieksevenement: de Walk for Nature. Sinds 2005 tot 2017 heeft de Vereniging niet minder dan 18 Walks georganiseerd met meer dan 40.000 deelnemers. Vele van de intussen iconische gebieden en landschappen in de regio met hun problematiek maar vooral met hun kansen en mogelijkheden passeren de revue en worden zo op de agenda gezet.
Natuurpunt Oost-Brabant heeft ook een traditie van het inrichten van symposia, meestal gekoppeld aan de Algemene Vergadering of aan een belangrijke publieksactiviteit zoals een Walk for Nature, soms met een aparte publicatie, een katern of omvangrijker dossier, toegevoegd aan het tijdschrift. Voorbeelden van thema’s die de laatste jaren aan bod kwamen: Mooi Hageland, natuur en landschap als hefboom voor een streek (2008), Toekomst akkernatuur (2009), GeefomNatuur, biodiversiteit in veelvoud (2010), 40 jaar Natuurpunt Oost-Brabant, Regionale Vereniging Natuur en Landschap (2011), Natuur in stad en dorp (2012), Valleien als dragers van natuur en biodiversiteit (2013), Natuurpark De Groene Vallei (2014), De Wijngaardberg, een erfgoed- en natuurmonument van Europees belang (2014), 30 jaar Aardgat, natuur aan de poorten van de stad (2015), Adellijke natuur in je buurt (2016), Getevallei perspectief 2042 (2017), Robuuste natuur en functionerende valleien onmisbaar voor klimaatbuffering (2017).
2) Bijzondere acties voor de biodiversiteit
Intussen blijft de achteruitgang van de biodiversiteit in het agrarisch gebied verder schrikbarende proporties aannemen. Onze akkerfauna en -flora behoren tot de meest bedreigde soortengroepen en sommige van deze soorten dreigen zelfs op korte termijn uit te sterven in België en de ons omringende buurlanden. Baanbrekend binnen de Vereniging is de ontwikkeling van het project ‘Graan voor gorzen’ (sinds 2002). Dit project probeert de achteruitgang te keren door de inrichting van akkerreservaten met specifiek beheer ten voordele van de akkervogels en akkerflora. Het project krijgt een dergelijke weerklank dat het overgenomen wordt door de VLM in de beheerovereenkomsten akkervogels en nu in soortenbeschermingsprogramma’s zoals het SBP Grauwe Kiekendief. Ook hier is de pioniersrol van de Regionale duidelijk.
Voor de stedelijke omgeving speelt het project de ‘De Dijle levend door Leuven’ dat al voor
2000 door Natuurpunt Leuven en NPOB ontwikkeld werd, een voorbeeldrol. Met acties pleit
de Vereniging voor een open, levende rivier en groene oevers als deel van het stadslandschap,
en dit bij elke gelegenheid, bij elk ruimtelijk plan en elke ruimtelijke uitvoering. Een natuurlijke
Dijle in Leuven moet tevens de verbinding vormen tussen de natuurgebieden ten zuiden en ten
noorden van de stad.
Het Leuvense structuurplan neemt een aantal principes uit dat project over. Op verschillende
plaatsen in Leuven is intussen de overwelfde Dijle terug open gelegd. De slagzin ‘De Dijle
levend door Leuven’ is nu gemeengoed geworden in de communicatie van de stad en andere
organisaties. Later volgt ook de openlegging van de Demer in Diest en staat ook een
renaturering van de Gete in Tienen op de agenda bij de VMM.
Vanaf 2010 stapt NPOB ook in het provinciaal project ‘Natuur(be)leven in de groene ruimtes
van de Leuvense binnenstad’ samen met de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud om
meer beleidsaandacht te verkrijgen voor het thema ‘natuur in de stad’. In een tweede fase
komt er een uitbreiding naar de stadsrand. Na inventarisatie van de (rand)stedelijke
biodiversiteit formuleert het project de bedreigingen en kansen en doet beleidsvoorstellen.

Geelgors, vroeger een algemene vogel, maar sterk verminderd in aantal. Hier profiteert de geelgors in de winter van ‘Graan voor gorzen’, overjarig graan dat in de winter blijft staan. Een succesvol project van NPOB overgenomen door de VLM. Foto Remar Erens.
3) Ruilverkaveling Vissenaken (Glabbeek – Tienen)
Bij de eerste plannen van de ruilverkaveling Vissenaken in de beginjaren 90 was er in het
gedeelte van de Velpevallei ten noorden van de steenweg Tienen-Diest – waar toen het kleine
reservaatje de Paddepoel (1,8 ha) lag - geen plaats voor natuurontwikkeling en werd voor dit
deel intensivering van de landbouw voorzien.
Enkel en alleen door een jarenlange volgehouden inzet en actie van de Vereniging kon het
graslandperceel binnen de ruilverkaveling uitgebreid worden tot 60 ha en omgevormd tot een
doorstroommoeras door afdamming van een deel van de Kleine Velpe. Intussen is het verder
uitgegroeid tot een middelgroot en robuust natuur.gebied Paddepoel-Middenloop Velpe van
118 ha waartoe ook de Rozendaalbeekvallei behoort.
De geïntegreerde aanpak van waterbeheer die onze Vereniging voorstond, heeft op
verschillende vlakken een sterke meerwaarde gerealiseerd: hydrologisch, ecologisch, recreatief
en als klimaatbuffer. De vernatting zorgt ervoor dat ‐ door het water langer op te houden in een
uitgestrekt graslandgebied ‐ de kans sterk verkleint dat woonwijken stroomafwaarts in Halen
onder water lopen bij piekafvoer. Het is evident dat de natte graslanden een efficiënte
klimaatbuffer vormen, zowel bij droogte door het vasthouden van water als bij piekneerslag
door de berging ervan.
Op recreatief vlak zorgt de aanwezigheid van water in het gebied voor een extra
belevingsfactor. Op ecologisch vlak is er een paradijs voor watervogels, amfibieën, libellen en
specifieke vegetaties gerealiseerd. Kortom, een hotspot voor de biodiversiteit
4) Landschap en erfgoed
Landschappelijke eenheden, open landschappen, landschapselementen, holle wegen en kenmerkende cultuur- en erfgoedelementen vormen traditiegetrouw de inzet van de Vereniging. Onder impuls van Natuurpunt Oost-Brabant restaureert Natuurpunt de Heimolen in Langdorp, verwerft de molen van Betekom, en verder molens, tommen, kapelletjes en springt NPOB in de bres voor de natuur- en cultuurwaarden van Meldertbos, een voormalig kasteelpark, en voor Het Bolwerk in Zoutleeuw… In 2013 richt de Regionale de Werkgroep Natuur en Erfgoed op om de bewustwording te stimuleren dat landschappen en reservaten met hun typische fauna en flora tot ons erfgoed behoren, in combinatie met de historische bouwkundige restanten die eventueel aanwezig zijn. Daartoe richt zij specifieke publieksactiviteiten in evenals dieper gravende excursies gericht op competentieontwikkeling voor de leden van de werkgroep en geïnteresseerden. Bijzondere aandacht is al gegaan naar Het Bolwerk in Zoutleeuw (2014), de loopgraven WO I in Dassenaarde (2014), De Wijngaardberg in Wezemaal (2014). In 2015 en 2018 zijn daar nog de succesvolle cursussen bijgekomen: ‘Natuur, landschap en erfgoed’ in resp. Brabants Haspengouw en het Hageland.

Dag van de Molenberg: een benefietactiviteit voor de restauratie van de ijzerzandstenen molen van Betekom, indertijd gered door de Regionale. Foto Koen Baert
5) Beleidsbeïnvloeding
Intussen blijft de Regionale inzetten op de opvolging van de beleidsdossiers. De bestuurlijke aandacht ging o.a. naar volgende dossiers.
- De inbreng van natuur en landschap in en de opvolging van Vlaamse- en provinciale structuurplannen met de afbakening van de (klein)stedelijke gebieden.
- De inbreng bij de afbakening van de agrarische en natuurlijke structuur in Haspengouw, Hageland en Dijle & Zenne en het hiermee gerelateerd actieprogramma voor ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) voor de verdere invulling van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) in Oost-Brabant.
- De opvolging van de Natura-2000 en Europese Vogelrichtlijngebieden waar nu concrete instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) voor worden uitgewerkt, alsook de uitwerking van Instandhoudingsdoelstellingen voor de prioritaire soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn.
- De deelname aan het managementcomité en de technische werkgroep voor de implementatie van het plattelandsontwikkelingsprogramma (PDPO) in Vlaams-Brabant. Ook deelname aan de begeleidingsgroep voor het Europees Leader+ programma voor het Hageland.
- Onderzoek van de vernieuwde Europese ontwikkelingsprogramma’s Interreg en Leader op hun mogelijkheden om natuur en landschap te versterken. Actieve participatie aan projecten gecoördineerd door de provincie, regionale landschappen of Natuurpunt Beheer.
- De opvolging van het overig provinciaal beleid door bestuurscontacten, contacten met de administratie, deelname aan de Provinciale Commissie Ruimtelijke Ordening (PROCORO) en Dag van de Molenberg: een benefietactiviteit voor de restauratie van de ijzerzandstenen molen van Betekom, indertijd gered door de Regionale. Foto Koen Baert. provinciale Milieu- en Natuurraad (MINA-raad, intussen opgeheven) en opvolging van relevante provinciale dossiers.
- Opvolging van de bekkencomités voor Demer en Dijle en van de verschillende deelbekkenbeheerplannen voor de waterlopen onder provinciale bevoegdheid. Intussen ook inbreng in Sigma Dijle en Demer.
- Ondersteuning van bovenlokale dossiers: o.a. het Life-project Averbode Bos & Heide, het plattelandsproject de Merode, het Life-project Hageland. Verder de inbreng natuur en landschap in de ruilverkavelingen, opvolging soortenbeschermingsplannen, fungeren als contact- en tussenpersoon bij lokale knelpunten en overtredingen…
2017-2024: verder op kruissnelheid
1) Geslaagde campagne ‘Robuuste valleien voor klimaatbuffering en versterking van de
biodiversiteit’
Natuurpunt Oost-Brabant is van oudsher een vereniging die sterk inzet op visievorming, en
zich hierbij richt op de totaliteit van het landschap en niet alleen op de natuurgebieden. In dat
opzicht was de campagne ‘Robuuste valleien voor klimaatbuffering en versterking van de
biodiversiteit’ een schot in de roos. Het was een dringende oproep om werk te maken van
ruimte voor de rivier en water in de valleien, van het herstellen van de waterrijke leefgebieden
en de biodiversiteit, en dit te koppelen aan opslag van koolstof en dus aan klimaatbuffering. Zo
worden de kansen voor het milderen en opvangen van de klimaatverandering benut. Met deze
campagne vervulde de Vereniging weer haar pioniersrol. De omschrijving “Robuuste” valleien
of natuur is nu algemeen gangbaar geworden.
De grensverleggende symposia met gerenommeerde sprekers (Prof. Dr. Patrick Willems, Prof. Dr. Gert Verstraeten, Prof. Dr. Johan Eyckmans, Prof. Dr. Frank Berendse en onderzoeker KUL Tobias Ceulemans) hebben het thema duidelijk op de agenda gezet. In het tijdschrift verschenen ondersteunende, inhoudelijke artikels. De campagne en de visieontwikkeling met voorstellen rond 12 valleien in het werkingsgebied werden gebundeld in een apart themanummer van 60 blz. Dat verscheen als een extra-editie van het tijdschrift. De eindpublicatie werd voorgesteld op een afsluitend symposium (30 juni, Orangerie kasteel van Horst) in aanwezigheid van publiek, pers en o.a. de gedeputeerde Leefmilieu van de provincie Vlaams-Brabant. Daarnaast was er nog de aanvullende digitale communicatie via nieuwsbrieven en facebook. De afdelingen hebben hun werking en focusactiviteiten op het thema afgestemd. Voor hen werd ook een begeleiding via de campagnewerkgroep en een vorming van 5 sessies georganiseerd.
Er volgden andere campagnes: ‘50 jaar later en 20 jaar verder’, en ‘Natuur in het hart in OostBrabant’.
2017-2024: verder op kruissnelheid
2) Beleidswerking
Dankzij visievorming, standpuntbepaling, informatie, sensibilisatie, overleg, inspraak, en zonodig juridische actie slaagt de Vereniging er nog steeds in te wegen op het debat en het beleid te beïnvloeden. Een belangrijke troef is de gebiedsdekkende aanwezigheid en de interactie met de intussen opgerichte regionale beleidswerkgroep.
Via het afdwingen van twee historische arresten (eerst stal Meldert 2009 en daarna stal Bierbeek 2020, na een uitspraak van het grondwettelijk hof) werd de bescherming van de planologische bestemming ‘landschappelijk waardevol gebied’ terug hersteld.
De Vereniging schreef ook geschiedenis bij het RUP Sigma Demer. Er werd 1133 ha bijkomend natuurgebied aangeduid. Bovendien werd het ontwerp-RUP herzien waardoor in het definitieve RUP het agrarische gebied met ecologisch belang in de vallei (538 ha) werd behouden, de bescherming van valleigraslanden versterkt en scheuren van grasland vergunningsplichtig. Dat was het resultaat van een intensieve campagne vanwege NPOB tijdens het openbaar onderzoek (2020), ondersteund door artikels in het tijdschrift en overleg met de betrokken overheidsinstanties. De campagne ‘Robuuste valleien’ en de vele vergaderingen o.m. in het kader van het bekkenbeheer van de VMM hadden ook effect op de beheervisie van provincie, gemeenten en Wateringen in de regio op de kleinere waterlopen (categorie 2 en 3).
Eenzelfde inspanning leverde de Vereniging meer dan 10 jaar lang voor de versterking van natuur en landschap binnen de ruilverkaveling Willebringen. Uiteindelijk leidde dit tot een uitbreiding van het natuurgebied type 4 (reservaat) binnen de ruilverkaveling met meer dan 100 ha. Een huzarenstuk!
Acties rond grondwaterwinningen vonden ruime weerklank. Het artikel in het NPOB-tijdschrift (N&L2021, 1, p. 14-17, verschijningsdatum 5 februari) leidde tot de fameuze Pano-uitzending (11 maart 2021) over dit probleem. En intussen kwam er een arrest (Quirynen, Raad van State 9 maart 2021) dat het laks beleid rond vergunningen voor grondwaterwinning op de helling zette. Ook gemeentebesturen geven nu minder gemakkelijk ‘eeuwigdurende’ vergunningen voor grondwaterwinningen.
Daarnaast continueert de Regionale de vertegenwoordiging in advies- en overlegorganen die
ertoe doen, bv. Procoro, overlegraden rivierbekkens, adviescommissie ruilverkaveling enz. Ze
kaart via advies en overleg en in haar communicatie de belangrijke problematieken aan, zoals
de noodzaak aan robuuste valleien en samenhangende natuurcomplexen, het waterbeheer en
droogte, de stikstofproblematiek… Ze volgt de dossiers op die aan de orde zijn, bv.
Sigmaplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, strategische projecten (bv. Getevallei),
ruilverkaveling (Willebringen)… En roept op tot inspraak bij lopende ruimtelijke processen en
procedures zoals bij het RUP Demer. Ze leidt meerdere juridische dossiers in rond natuur en
ruimtelijke ordening, en volgt ze op. En dit alles in samenspraak met de plaatselijke afdelingen
die ze ondersteunt bij de dossiers.

Een greep uit het tijdschrift Natuur en Landschap van NPOB